“Mijn favoriete personage? Het macabere huis!”

In het kantoor van Abattoir Fermé in Mechelen ontmoeten we artistiek leider Stef Lernous en filmregisseur Jonas Govaerts. De twee leerden elkaar kennen toen een leraar op de filmschool Jonas aanraadde om een stuk van Abattoir Fermé te gaan bekijken als inspiratie voor zijn eindwerk. Zo begon tussen de twee een gesprek dat tot vandaag blijft doorgaan, een gesprek dat alle kanten opschiet. Over films, boeken, regisseurs, shots, scènes, special effects en natuurlijk horror. En over CASTL, de nieuwe voorstelling van Abattoir Fermé en hetpaleis.

beeld: Diego Franssens

Jonas: Om iets over onze relatie te zeggen: Stef stuurde mij onlangs een still uit een film door, een stuk decor. Hij vroeg: naar wat ben ik aan het kijken? Na een tip wist ik het: Dreamscape, een sciencefictionavonturenfilm uit 1984. Zo praten wij dus met elkaar. Voor we beginnen, kan je me nog even de korte inhoud van CASTL geven? 

Stef: CASTL is gebaseerd op het laatste boek van Shirley Jackson, Amerikaans auteur van bloedstollende verhalen. Het gaat over de Blackwoods, een familie die teruggetrokken op een landgoed aan de rand van het dorp woont. Oorspronkelijk waren ze met zeven, maar vier familieleden zijn op mysterieuze wijze om het leven gekomen. Sindsdien behandelen de dorpelingen de familie Blackwood met argwaan en vijandigheid, alleen dochter Merricat durft het landgoed nog te verlaten. Wanneer neef Charles vreemd begint te doen, gaan de poppen aan het dansen…

Jonas: Klinkt goed. Fijn dat je mij hebt uitgenodigd om het hierover te hebben. Maar waarom ik? 

Stef: We delen een voorliefde voor horror of dingen die afwijken van de norm, getuige onze samenwerking voor de serie MONSTER! (uit 2010 voor de toenmalige zender Acht, nvdr). Ik denk dat we allebei ook een goede kijk hebben op dat genre, specifiek voor kinderen of jongeren. Hoe noem jij dat nu ook alweer, Jonas?” 

Jonas: Gateway horror. Gremlins is bijvoorbeeld een film die voor kinderen een opstapje kan zijn naar horror. Hoe heb jij Shirley Jackson en haar boek eigenlijk leren kennen? 

Stef: Een jaar of vijftien geleden was ik in de States en in een tankstation zag ik het boek plots liggen. Ik kende Shirley Jackson niet, maar wel een van haar andere boeken: The Haunting of Hill House, waar de film The Haunting van Robert Wise (én de gelijknamige Netflix-serie, nvdr) op gebaseerd is. Ik heb het in één ruk uitgelezen. Toen dacht ik al: het lijkt me fantastisch om dit ooit op toneel te zetten. Nu is het zover!

Jonas: Ik vraag me af wat het met kinderen doet wanneer ze dit boek lezen? 

Stef: Wat had ik dit graag als veertienjarige gelezen. Ik zou misschien niet alle nuances begrepen hebben, maar ik zou ongelooflijk geïntrigeerd geweest zijn. En ik denk wel dat ik de sfeer zou vatten. Het is een erg toegankelijk boek. Kijk, in de eerste alinea staat: ‘Ik houd van mijn zuster Constance, en van Richard Plantagenet, en van de Amanita phalloides, de groene knolzwam. Al mijn andere familieleden zijn dood.’ Heerlijk, toch? Voor mij is het een donker sprookje over hekserij.

Jonas: Dan denk ik meteen aan Something Wicked This Way Comes van Jack Clayton, nog zo’n voorbeeld van gateway horror. Ik ben nu het kinderboek Slopie van Joke van Leeuwen aan het adapteren voor een film. Het hoofdpersonage is acht jaar en heeft de grote angst om afgerekend te worden door zijn omgeving. Zit dat ook in CASTL, hoe de buitenwereld naar de Blackwoods kijkt? 

Stef: Zeker. Ik ben getriggerd door buitenstaanders, outsiders, mensen aan de rand van de maatschappij. De meeste mensen zullen de bewoners vreemd vinden. Maar ik lees het omgekeerd: de mensen van het dorp zijn voor mij de monsters in het verhaal. 

De onnavolgbare pingpongconversatie tussen de twee gaat verder: de naam Joe Dante valt opnieuw, en The Twilight Zone, Village of the Damned, Dungeons & Dragons, Magic: The Gathering, Melancholia en The Addams Family. Fijn om mee te maken, onmogelijk om weer te geven. Tot Jonas vraagt: “Heb jij ooit een voorstelling met kinderen gemaakt?

beeld: Diego Franssens

Stef: Nee, nooit. Ik hou van kinderen, maar ze moeten niet te lang in mijn buurt zijn (lacht). Ik heb ze wel heel graag als publiek, de reactie van een kind is altijd authentiek en oprecht. Jij hebt natuurlijk wel met kinderen gewerkt in Welp (horrorfilm uit 2014, geregisseerd door Jonas, nvdr).

Jonas: Het geheim van werken met kinderen is dat ze zich niet mogen beginnen vervelen op de set. Horror is in dat opzicht een dankbaar genre, omdat je dan echt kunt spélen. Hoe pak jij dat eigenlijk aan, van een boek een theaterstuk maken? 

Stef: Het is ondertussen al even geleden dat ik het boek gelezen heb. Ik ga een eerste versie schrijven met wat er nog in mijn hoofd zit. Daarna pak ik het boek er weer bij en kijk ik scène per scène wat ik beter of anders kan doen. Het belangrijkste is dat ik een wereld creëer waar een achtjarige meteen in kan stappen. 

Jonas: Dat vind ik zo’n bizar en wonderlijk verschil tussen onze werkwijzes. Het gebeurt vaak dat jij me twee weken voor een première dolenthousiast vertelt over een bepaalde scène en dat ik dan ga kijken en vaststel: die scène zit er helemaal niet in! Waarna jij zegt: ah ja, ik heb dat vorige nacht nog herschreven. Terwijl als ik voor Netflix de reeks Amsterdam Empire maak, alles tot op de minuut wordt gepland, gescript en afgestemd, zodat er niets meer kan verschuiven.

Stef: Zou jij iets voor theater kunnen maken? 

Jonas: Iemand heeft me ooit gevraagd om dat te doen en jij hebt het me toen afgeraden. Ik denk in montages, en scènes knippen. Ik zou niet weten hoe eraan te beginnen.” 

Stef: Met perspectief kan je ook veel doen. Onlangs ging ik naar een film kijken op een kerkhof. Er werd ons gevraagd om op de grond te gaan zitten. Vroeger, toen ik zwaarder was dan nu, zou dat onmogelijk geweest zijn, maar nu ging het wel. Ik was enorm verrast door dat nieuwe perspectief. Hoe maak jij in jouw werk iets spannend? Daar ben ik nog benieuwd naar.

Jonas: Ook dat doe ik met montage en muziek. Dat herken ik in jouw werk: een scène heel lang rekken, en dan een jumpscare. Jij gebruikt veel filmische technieken. Maar van beeldgrootte wisselen, zoals bij een film, gaat natuurlijk niet. 

Stef: Ik denk inderdaad dat ik erg filmisch te werk ga als ik theater maak. Bij mij moeten acteurs exact op de juiste plaats staan, zodat het licht meteen klopt. Eigenlijk maak ik een verzameling shots. De montage bepaalt de dynamiek en het ritme, samen met de muziek en het licht. Maar dat werkt natuurlijk alleen maar als iedereen heel secuur werkt. 

“Ik herken veel filmische technieken in jouw werk: een scène heel lang rekken, en dan een jumpscare. Maar van beeldgrootte wisselen, zoals bij een film, gaat natuurlijk niet.”
Jonas Govaerts

Jonas: Heb je een bepaald personage uit het stuk dat je nauw aan het hart ligt?

Stef: Uncle Julian vind ik fantastisch. En Merricat ook met haar heks-gehalte, en haar rituelen. Maar mijn favoriete personage is het huis zelf, en vooral de binnenkant. Dat is met mijn eigen huis ook zo: aan de gevel is er veel werk, maar dat laat me koud. De zolder, daarentegen: daar ben ik met veel liefde kasten aan het maken rond de balken. 

Jonas: Hangen die balken niet te laag? Hoe zat dat nu weer? 

Stef: Op een moment besloten we om de benedenverdieping hoger te maken. Maar niemand, en dan ook niemand, had er bij stilgestaan dat je daardoor de zolder lager maakt (lacht). Maar over het huis van de voorstelling: de keuken, de voorraadkelder met al die potten, de trap… zo’n dankbare locaties allemaal voor een spannend verhaal. Tijdens een van de eerste gesprekken met hetpaleis over CASTL viel het idee om het huis ook een geluid te geven. Om het te laten spreken, bij wijze van spreken. Ik ben ook benieuwd hoe onze decortovenaar Sven (Van Kuijk, nvdr) het huis als personage tot leven zal brengen.

Jonas: Ik ben ooit naar jullie stukken beginnen kijken omdat ik acteurs zocht. Al snel had ik door: ik word hier enorm verwend qua decor, qua setting. Alsof het daarbij begint bij jou? 

Stef: Misschien moet ik inderdaad eerst weten hoe de setting eruitziet, vóór ik kan starten. Dan is dit boek met zijn macabere huis wel heel dankbaar. 

Jonas: Over huizen gesproken: ik ben recent verhuisd naar het appartement met een fantastisch uitzicht, middenin de bruisende Antwerpse stationsbuurt. Waar ik naartoe wil: Bart Hollanders is in mijn vorige appartement komen wonen. En hij is een van de acteurs van dit stuk.” 

Stef: Wij geven wel vaker acteurs aan elkaar door (lacht). Ooit zag ik in een muziekvideo die Jonas geregisseerd had Steve Geerts spelen. Ik kende hem al, maar in die clip had hij een geweldige energie en sindsdien ben ik ook met Steve gaan werken. Wij houden allebei van acteurs met een hoek af die écht willen spelen.” 

Jonas: Wie zijn de andere acteurs? En hoe kies je hen? 

Stef: Naast Bart zijn dat Janne Desmet, Lotte Diependaele, Manou Kersting en Maja Westerveld. Een eclectische bende, een vreemde combinatie van mensen met verschillende temperamenten, maar ook een topcast waar ik veel vertrouwen in heb. Hoe ik hen kies? Door vroeger veel voorstellingen te prospecteren en aan te voelen wie bij welke rol past.

Jonas: Dat is in de filmwereld weer helemaal anders natuurlijk, daar werken we standaard met audities. Ken je het boek The Friedkin Connection? Daarin vertelt regisseur William Friedkin dat hij niet in audities gelooft. Hij gaat met mensen uit eten en beslist dan op basis van zijn buikgevoel. Zo ben ik ooit met Jennifer Heylen een koffie gaan drinken voor mijn film H4Z4RD. Achteraf vroeg ze: wanneer kan ik auditie doen? Ik zei dat ze de rol al had. En ik zag aan haar gezicht dat ik meteen heel veel vertrouwen had gewonnen. Helaas lukt het niet altijd op die manier. 

Stef: Ik zie de fotograaf naar ons kijken. Tijd om ons op de gevoelige plaat te laten vastleggen, Jonas!

Jonas: Ok, maar kan ik nog even meegeven dat ik zeker kom kijken? 

Stef: Het is je geraden!

gerelateerde voorstellingen

makers